Kenmerkend aspect: De protestantse reformatie die de splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had

In 1521 moest de Duitse monnik Maarten Luther verschijnen op de Rijksdag in Worms. Op zo’n rijksdag riep de Habsburgse keizer alle vorsten uit het Duitse rijk bijeen om te praten over belangrijke zaken en juist in 1521 was daar alle reden toe. Naast enkele onderwerpen als oorlog en het bestuur, moest Maarten Luther toen verantwoording afleggen voor zijn ideeën over het geloof, hij moest ze zelfs ten overstaan van de keizer herroepen. Hoe had het eigenlijk zover kunnen komen en wat gebeurde er op en na deze rijksdag?

Over Luther wordt vaak gezegd dat hij aan het begin staat van de reformatie, de scheiding binnen de christelijke kerk in de 16de eeuw die maakte dat de kerk voortaan niet meer één was, maar bestond uit een katholieke kerk en een nieuwe protestantse kerk. Zo makkelijk is het eigenlijk niet, Luther was één van de velen die twijfels had over het geloof zoals dat in de loop van de middeleeuwen was gegroeid. Denk maar aan de kritiek in het boek Lof der zotheid van Erasmus, dat in 1511 werd gepubliceerd en aan een beweging als de Moderne Devotie die al rond 1400 succesvol was in Noordwest-Europa en het geloof wilde veranderen. Maar afscheiding van de gevestigde kerk is voor hen nooit een optie geweest. Luther paste dus in een oudere traditie maar is wel één van de eerste die zich echt afkeerde van de traditionele geloofsorde.

Luther was een geleerd man en sinds 1512 was hij professor aan de universiteit van Wittenberg. Hij ontwikkelde zijn eigen ideeën over het geloof. Het kernpunt daarin was dat alleen ieders individuele geloof voor de genade van God kon zorgen, dus niet de uiterlijke rituelen die je in de kerk zag. Je ontving de genade niet door goede werken te verrichten, maar het doen van goede werken was juist het bewijs van de aanwezigheid van die innerlijke genade. Op zich waren deze ideeën niet heel controversieel. Pas in 1517 kwamen ze aan de pijnlijke oppervlakte toen in het Duitse rijk aflaten werden verkocht door een monnik genaamd Tetzel. Deze monnik verkocht de aflaten als een marktkoopman en het vele geld dat hij ermee verdiende was bestemd voor de paus en de bouw van een nieuwe kerk in Rome. Luther vond de aflatenhandel onzin, want de genade kwam niet van dit soort uiterlijk vertoon, die bestond al in de mensen zelf. En dus stelde hij een lijst met 95 stellingen op om dat aan te tonen. Dat deden professoren wel meer in die tijd.

De paus had de stellingen ook ontvangen, maar wilde niets doen aan de aflatenhandel. In de jaren die volgden publiceerde Luther veel meer teksten waarin hij zijn ideeën uiteenzette en verder ontwikkelde. Omdat in het Duitse rijk veel belangrijke edelen, de keurvorsten, niet wilden meewerken aan de centralisatieplannen van hun keizer en zich daarom het liefst ook van Rome afkeerden dat aan de kant van de katholieke keizer stond, kreeg Luther onder hen veel gehoor. Luther wilde graag dat deze edelen het geloof tijdelijk overnamen om het te kunnen hervormen. De paus was daarom van plan om Luther te excommuniceren, maar Luther verbrandde in het openbaar de brief waarin dat stond geschreven. Toen was het de beurt aan de keizer, Karel V, om Luther als ketter op te pakken. Hij liet Luther in 1521 naar de Rijksdag in Worms komen om hem afstand te laten nemen van zijn eigen woorden.

Tijdens de tocht naar de Rijksdag vertelde Luther zijn verhaal in de steden en dorpen die hij aandeed. En op de Rijksdag nam hij zijn woorden niet terug. Hij eindigde zijn toespraak met de woorden: “Daarom kan en wil ik niets herroepen, omdat het niet heilzaam is iets tegen het geweten in te doen. God helpe mij, Amen!”. De keizer vaardigde het Edict van Worms uit waarin Luther verbannen en vogelvrij werd verklaard. Eén van de aanwezige keurvorsten, die zich politiek afkeerde van Karel V, liet Luther echter in het geheim ontvoeren om hem te beschermen. Tijdens deze periode vertaalde Luther de bijbel in het Duits zodat iedereen zelf de bijbel kon lezen. Langzaamaan werden de ideeën van Luther ook toegepast in sommige kerken en verspreidde zijn ideeën zich ook buiten het Duitse rijk. Dat was lang niet altijd uit geloofsovertuiging, vaak ook speelde politieke en sociale overtuigingen een rol.

Lang na 1521 hebben protestanten de hoop gehad dat het Roomsche systeem in zou storten. Lang ook hebben de katholieken geprobeerd het protestantse geloof te stoppen en de afvallige gelovigen terug te winnen. Pas in de tweede helft van de zeventiende eeuw accepteerde men dat de twee geloven voortaan naast elkaar zouden blijven bestaan.