Kenmerkend aspect 27: Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen.

De Verlichting is de naam voor een periode die ongeveer samenvalt met de 18e eeuw. De periode wordt gekenmerkt door een nieuwe manier van denken. Problemen in de samenleving konden worden opgelost door het verstand, de ratio te gebruiken. Deze nieuwe manier van denken zien we echter ook al in de tweede helft van de 17e eeuw. De naam is achteraf gegeven aan deze periode en verwijst naar licht dat gaat schijnen in de duisternis. Het woord verlichting draagt in zichzelf optimisme mee, want waar het eerst nog donker was, gaat het licht van de kennis schijnen. In het Duits gebruikt men de term Aufklärung voor deze periode, dat betekent zoiets als verklaring of opheldering, en ook die naam laat in de basis het idee van vooruitgang en verbetering zien.

De Verlichting volgde op de periode van de wetenschappelijke revolutie in de zestiende eeuw. In die tijd was het idee ontstaan dat je door goed de verschijnselen in de natuur te observeren en je verstand (de ratio) te gebruiken tot wetenschappelijke conclusies over die natuur kon komen. Tijdens de Verlichting werd dat idee verbreed. Niet alleen voor het verklaren van de natuur kon je je verstand gebruiken, maar ook in de menselijke samenleving kon je met je verstand wetmatigheden ontdekken en met die kennis een betere samenleving in de toekomst maken. Er werd van alles geschreven en becommentarieerd, de politiek, de rechtspraak, het onderwijs, het geloof, de economie, de sociale verhoudingen in samenlevingen. Ieders ideeën waren verschillend, de ene filosoof had andere opvattingen over dit soort zaken dan de andere. Soms vulden ze elkaar aan, dan weer waren ze tegengesteld. Het is bekend dat tussen Voltaire en Rousseau flink wat onenigheid was over allerlei zaken. Maar je kon in al die werken ook een gemeenschappelijke deler vinden, namelijk de voorstellen voor verandering en verbetering op de eerder genoemde terreinen.

Overal in West-Europa vind je de verlichtingsdenkers, maar Frankrijk en de stad Parijs vormden wel het centrum van de Verlichting. Bekende verlichtingsdenkers kwamen er vandaan en in Parijs werden in de huizen van de rijke burgerij zeer veel salons gehouden, dat waren bijeenkomsten waar mensen samenkwamen om te praten over de samenleving. Schrijvers en filosofen werden er uitgenodigd om te vertellen over hun ideeën en op die manier verspreidden de verlichtingsideeën zich onder de burgerij. Dan hebben we het hier wel over de gegoede burgerij, een elite van de bevolking, want de meeste gewone mensen hielden zich er niet mee bezig. Maar deze elite had wel de meeste invloed.

Voorblad van de eerste encyclopedie van Diderot uit 1751

In Parijs werd ook de eerste encyclopedie uitgegeven. Dat was het eerste werk dat alle kennis van mensen in zich gebundeld had. Je kon in één reeks boeken vinden wat er op dat moment bekend was over allerlei onderwerpen. Hieronder lees je over enkele verlichtingsdenkers en enkele ideeën die zij hadden. Het is niet zo dat de verlichtingsdenkers zich beperkten tot alleen maar ideeën over het één, of alleen maar over het ander. Voltaire bijvoorbeeld schreef niet alleen over religie, maar ook over politiek. Hieronder zijn slechts enkele ideeën uitgewerkt als voorbeelden. Veel van deze ideeën zien we direct of indirect nog steeds in onze huidige samenleving.

Over godsdienst

Door onze hedendaagse seculiere bril kun je snel het idee krijgen dat de Verlichting een einde maakte aan het geloof in God. Niets is minder waar. Wel veranderde verlichtingsdenkers de ideeën over God en de kerk. Ze zochten dan naar rationele bewijzen voor het bestaan van God. Een verlichtingsdenker die we nu vaak koppelen aan de ideeën over godsdienst is Voltaire. Het meest bekend zijn zijn ideeën over religieuze tolerantie. Hij schreef dat alle geloven zijn ontstaan omdat dat nu eenmaal gebeurt in iedere samenleving. Geloven in één enkele ware god, maakte de mensen volgens hem intolerant naar elkaar. Hij geloofde wel in een schepper van alles, maar alles wat er na die schepping volgens de verschillende geloven was gebeurd vond hij onbewijsbaar en dus kon je er beter geen conflicten over aangaan.

Over politiek en sociale verhoudingen

Ook over de politiek werd veel geschreven en gediscussieerd. Bedenk dat in de tijd van de Verlichting het absolutisme in Frankrijk (en in mindere mate in andere Europese landen) hoogtij vierde. Behalve in Engeland, daar hadden de vorsten het absolutisme wel nagestreefd, maar in 1688 moest de koning een flinke buiging maken naar het parlement. De Engelsman John Locke schreef kort daarna een boek waarin hij aangaf dat de samenleving een regering nodig had om ervoor te zorgen dat de mensen niet in hun persoonlijke rechten zouden worden aangetast. Het volk en de regering maakten afspraken met elkaar. Als de regering zich niet aan die afspraken hield, mocht deze volgens Locke worden afgezet.

Een andere bekende denker over politiek is Montesquieu. Zijn bekendste boek heet Over de geest van de wetten en dat verscheen in 1748. Daarin schreef hij dat het absolutisme een verkeerde staatsvorm was en dat de macht over een land niet in handen van één persoon moest zijn. Beter kon deze verdeeld worden over verschillende personen of groepen personen. De filosoof Rousseau schreef ook veel over politiek. In zijn boek Het maatschappelijk verdrag uit 1762 schreef hij dat een samenleving niet kon functioneren zonder wetten. Dan zou er alleen maar chaos zijn want de mensen dachten dan alleen aan zichzelf. De mensen moesten dus afspraken met elkaar maken om een goede samenleving te krijgen. Door die afspraken raakten ze dus een stuk controle en macht over zichzelf kwijt, maar ze kregen er een veilige samenleving voor terug en ze vormden samen een groep. De regering van deze mensen moest zich houden aan wat goed voor de meeste mensen was, dus niet aan de belangen van enkelen. De ideeën lijken op die van John Locke, maar de laatste heeft het niet zozeer over de afspraken die de mensen met elkaar maken, maar vooral over afspraken met de regering.

Over economie

Een van de bekendste boeken uit de Verlichting is De rijkdom der volken van de Schot Adam Smith uit 1776. In die tijd was het normaal in West-Europa dat de overheden zich flink bemoeiden met de economieën van hun landen. Adam Smith schreef juist dat het beter was voor de economie als de overheid dit los zou laten. Een vrije markt zou er voor zorgen dat de economie zou groeien. Vraag en aanbod bleven als een wetmatigheid in balans. Dat kwam omdat individuele ondernemers zouden proberen het beste voor hun eigen bedrijf te willen.

Interessante vragen

  • Hoe zie je de ideeën van de Verlichting terug in onze huidige samenleving?
  • Welk verschil is er tussen de ideeën van Locke en Rousseau over de politiek?
  • Welke invloed hadden de verlichtingsdenkers op de latere democratische revoluties in Amerika en Frankrijk?
  • Hoe past de Republiek in de ideeën van de verlichting?

Literatuur

  • B. Russell, Geschiedenis van de westerse filosofie (Utrecht 2011, 25e druk)
  • R.R. Palmer & J. Colton, A history of the modern world (New York 1995, 8e druk)
  • A. Heywood, Politics (Hampshire 1997)
  • E. Breisach, Historiography (Chicago 1994, 2e druk)