Kenmerkend aspect: De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse republiek

Het bestuur van het gewest Holland werd voor een belangrijk deel geleid door de raadspensionaris. Hij bepaalde voor een belangrijk deel de agenda van Statenvergadering en voerde de afgevaardigden van het gewest in de Staten-Generaal aan. Daarnaast onderhield hij contacten met het buitenland. Omdat het gewest Holland in de Republiek het meest welvarend was en daardoor ook de hoogste belasting afdroeg, was de functie van de raadspensionaris één van de belangrijkste in de Republiek. Naast een raadspensionaris was er ook een stadhouder. Deze voerde de legers en vloot van de gewesten aan in tijden van oorlog. Omdat de Republiek in oorlog was met Spanje was ook deze functie erg belangrijk.  Vanaf 1585 was Maurits de stadhouder van Holland en Zeeland (en later ook van andere gewesten), vanaf 1586 was Johan van Oldenbarnevelt raadspensionaris van Holland.

Stadhouder Maurits en Johan Van Oldenbarnevelt konden aanvankelijk goed met elkaar samenwerken, maar gedurende de eerste jaren van de 17de eeuw groeiden de twee onomkeerbaar uit elkaar. Veel historici leggen een keerpunt bij de Slag bij Nieuwpoort in 1600. Van Oldenbarnevelt had aangedrongen op een oorlog diep in het gebied van de vijand, bij Duinkerken, en Maurits had die slag ook wel met tegenzin gevoerd en gewonnen, maar uiteindelijk leverde deze weinig op. De heren liepen vervolgens op drie kwesties uiteen. Moest er wel of geen vrede worden gesloten met de Spanjaarden? Met wie moest de Republiek een bondgenootschap in de oorlog tegen Spanje sluiten? En er deed zich een godsdienstig conflict binnen de kerk voor waarin beide staatslieden een andere kant kozen.

Johan van Oldenbarnevelt wilde rond 1606 al een vrede sluiten met de Spanjaarden. De kosten van de oorlog liepen enorm op doordat de legers groter waren geworden en daarnaast lag de handel met de Engelsen stil door een afspraak tussen Engeland en Spanje. In 1609 werd er een bestand gesloten dat twaalf jaar zou duren. Hoewel Van Oldenbarnevelt liever vrede zou hebben gehad, kon de Republiek tijdens het bestand toch op adem komen. Maurits was bang dat de Spanjaarden hun macht konden herstellen in deze periode en daarna de Nederlanden weer zouden inlijven. Als bondgenoot bleef Van Oldenbarnevelt daarnaast inzetten op de katholieke Fransen, terwijl Maurits zijn heil zocht bij de Engelsen omdat zij net als de Nederlanders protestants waren. Een bondgenootschap tussen katholieken en protestanten kon niet volgens hem.

Binnen de calvinistische kerk in de Republiek was er daarnaast een meningsverschil over het geloof ontstaan tussen twee hoogleraren uit Leiden, Arminius en Gomarus. Arminius vond gehoor bij de Staten van Holland, maar binnen de kerk kwam hij juist steeds meer alleen te staan. Toen Johan van Oldenbarnevelt gelijkwaardigheid tussen Arminianen en Gomaristen voorstelde was het land te klein. Zouden nu niet snel ook de katholieken gelijkgesteld worden? Het conflict liep uit de hand toen in augustus 1617 de Staten van Holland de verschillende steden in de Scherpe Resolutie toestonden om eigen legertjes bestaande uit waardgelders te vormen om kerkelijke onrust de kop in te drukken. De Arminianen en Gomaristen zouden koste wat kost in één kerk moeten plaatsnemen. Maurits zag dat als verraad. de overheid zou soldaten inzetten om gomaristen het uitoefenen van hun geloof onmogelijk te maken, net als de Spanjaarden hadden gedaan.

Maurits slaagde er in de maanden daarna het vertrouwen van de Staten-Generaal in Van Oldenbarnevelt af te breken. In 1618 kreeg hij de opdracht van de Staten-Generaal om Van Oldenbarnevelt op te pakken. Na een maandenlang proces werd hij veroordeeld voor landverraad en op 13 mei 1619 werd hij uiteindelijk onthoofd in Den Haag voor een grote menigte.